Wat doen we op school aan zorgverbreding?

Op de Wingerd is zorgverbreding één van de centrale begrippen. Onder zorgverbreding wordt verstaan: de zorg die wij bieden aan kinderen met uiteenlopende ontwikkelingsniveaus. Met andere woorden: we proberen elk kind zodanig te begeleiden, dat het zich optimaal kan ontplooien.

Per leerling wordt gekeken wat zijn of haar beschermende en belemmerende factoren zijn. Hiervan wordt een groepsoverzicht gemaakt.
Aan de hand van dit groepsoverzicht wordt een groepsplan opgesteld.
De leerlingen worden in het groepsplan per vakgebied verdeeld in 4 'aanpakken'.
Kinderen in aanpak 1 krijgen na de klassikale instructie een verlengde instructie in een klein groepje.
Kinderen in aanpak 2 volgen de 'algemene' methode, waarbij instructie wordt aangeboden volgens het Directe InstructieModel.
Kinderen in aanpak 3 werken aan verdieping en verrijking.
De laatste aanpak geldt voor kinderen die een eigen leerlijn op een bepaald vakgebied volgen. Dit kan op lager én hoger niveau aangeboden worden.

Drie keer per jaar spreekt de leerkracht alle kinderen door met de intern begeleider. Per kind wordt gekeken wat de beschermende en belemmerende factoren zijn en wat zijn of haar (specifieke) onderwijsbehoeften zijn. Aan de hand van deze gegevens wordt de werkwijze van de leerkracht en de oefenstof van de leerling bepaald.

Kinderen die speciale begeleiding nodig hebben zullen op school die specifieke vaardigheden gaan oefenen. U wordt hiervan altijd op de hoogte gesteld. De speciale hulp vindt meestal gewoon in de klas plaats. Soms roepen we hulp in van onze remedial teachers. Er zijn twee remedial teachers op De Wingerd aanwezig. In een enkel geval roepen we hulp in van deskundigen buiten de school.

KLIK OP DE AFBEELDING HIERONDER VOOR DE INFORMATIEGIDS PASSEND ONDERWIJS.

 

alt

Zorg binnen de school is geregeld via procedures. Er is een plan van aanpak, zodat iedere leerkracht dezelfde stappen neemt om de zorg te optimaliseren.

Hoe is het stappenplan opgebouwd?

1. Leraren hanteren een vaste werkwijze ten aanzien van het signaleren van didactische en sociale problemen en het vervolg hierop. Op de Wingerd wordt gebruik gemaakt van verschillende toetsen / observaties:

o Methodegebonden toetsen. Dit zijn toetsen die na een bepaald lesblok afgenomen worden. Hierdoor kan gesignaleerd worden of de aangeboden leerstof goed beheerst wordt. Tijdens de lessen of na schooltijd kunnen kinderen door middel van extra instructie en begeleiding ‘op het goede spoor’ gehouden worden. De (les) methodes geven hiervoor richtlijnen en extra leerstof (ook voor de wat snellere leerling).

o Leerlingvolgsysteem. (Zie elders website)

o Sociogram

o Oudergesprekken

2. De aanpak wordt per leerling aan de hand van groepsoverzicht en groepsplan bepaald.

Wanneer er duidelijk signalen zijn dat kinderen ook met de extra instructie, begeleiding en/of leerstof niet goed uit de voeten kunnen, volgt er een verdere analyse en remedial teaching in de klas. Eventueel vindt er remedial teaching buiten de klas plaats.

3. Op de Wingerd zijn twee Pedagogisch Didactisch Onderzoekers (p.d.o-er) aanwezig. Zij kunnen een diagnostisch onderzoek uitvoeren, als er meer gegevens nodig zijn om te kunnen bepalen waar het kind moeite mee heeft. Zij geven vervolgens adviezen voor de verdere begeleiding.

4. Ouders worden uiteraard tijdig geïnformeerd wanneer er sprake is van extra hulp.

5. De te nemen maatregelen voor extra zorg worden beschreven in een zogenaamd handelingsplan of groepsplan.

6. Indien nodig wordt de Intern Begeleider (IB-er) geraadpleegd. Op de Wingerd zijn twee intern begeleiders aanwezig. (onderbouw en bovenbouw) Zij bespreken zorgleerlingen met de leerkracht en geven advies.

7. Passend onderwijs. Wanneer deskundigheid binnen de school niet toereikend is, wordt hulp ingeroepen van externe begeleiders (externe betrokkenen). Ons bestuur heeft een vaste orthopedagoog in dienst (Mevr. M. Buster). Een aantal keer per jaar vinden er consultatiebesprekingen plaats. Dit is een gesprek tussen de orthopedagoog, de intern begeleiders en de leerkracht van de aangemelde zorgleerling. Tijdens dit gesprek kan de school de orthopedagoog raadplegen over vragen betreffende de specifieke zorg van een bepaalde leerling.

Het is mogelijk om voor een leerling een eigen leerlijn te ontwikkelen. Op een bepaald vakgebied zal de leerling dan wellicht niet de einddoelen halen. Dit wordt opgenomen in een Ontwikkelingsperspectiefplan. (OPP) Uiteraard gaat dit in overleg met ouders.

8. Andere externe betrokkenen zijn de schoolmaatschappelijk werker, schoolarts, logopedist en orthopedagogen. Ouders kunnen ook geadviseerd worden zelf contact op te nemen met bijvoorbeeld een orthopedagoog of fysiotherapeut.